Omschrijving van de melding
Onderzoek: stikstofvervuiling verergert hooikoorts – extra duiding gevraagd
Nieuw onderzoek van KU Leuven, UAntwerpen en Sciensano toont aan dat graslanden die bemest worden met stikstof tot zes keer meer stuifmeel produceren dan onbehandelde graslanden. Voor mensen met hooikoorts kan dit leiden tot zwaardere klachten.
In verschillende media werd deze studie aanvankelijk gebracht op een manier die als negatief werd ervaren ten opzichte van de bemestingspraktijken van landbouwers, die net essentieel zijn voor de voedselproductie in onze primaire landbouwsector.
Lees meer in de berichtgeving:
- Stikstofvervuiling maakt hooikoorts erger — Nieuws
- Stikstofvervuiling maakt hooikoorts erger | GVA
- Stikstof slecht voor hooikoortslijders: 6 keer meer pollen door bemesting van grasland | VRT NWS
Vanuit de sector werd inmiddels bijkomende duiding opgevraagd bij Sciensano, onder meer om de context, methodologie en praktische implicaties van het onderzoek verder te verduidelijken.
Jurybeslissing en gevolg
Van: COM <com@sciensano.be>
Verzonden: donderdag 5 juni 2025 11:36
Aan:
Onderwerp: RE: Info expert graspollen
Geachte,
We hebben uw vragen doorgestuurd naar onze wetenschappers.
Hier zijn de antwoorden:
De publicatie waarvan sprake is deze: Daelemans R., Verscheure P., Rombouts T., Keysers S., Devriese A., Peeters G., Coorevits L., Frans G., Van Gerven L., Bruffaerts N., Honnay O., Ceulemans T., Aerts R., Schrijvers R. (2025) The impact of ecosystem nitrogen enrichment on pollen allergy: a cross-sectional paired comparison study. The Lancet Planetary Health 9(4): e294–e303. https://doi.org/10.1016/s2542-5196(25)00060-9. Deze publicatie is een resultaat van het NITROPOL-BE project, dat gefinancierd wordt door BELSPO en gecoördineerd wordt door Sciensano (R. Aerts).
Deze studie toont /effectief/ aan dat stuifmeel afkomstig van bemeste percelen sterkere allergische reacties veroorzaakt /in vitro/ /in bloedstalen van allergiepatiënten/ in vergelijking met stuifmeel van gepaarde onbemeste percelen. Deze studie gaat niet over landbouwsystemen en laat niet toe uitspraken te doen over stuifmeelemissies van landbouwsystemen, noch op de gezondheidsimpact van landbouwsystemen. Het experimenteel design maakt gebruik van gepaarde graslandplots /in natuurgebied/ waarbij telkens 1 grasland seminatuurlijk (onbemest) is, en het gepaarde grasland recent uit landbouw werd genomen (en dus wel jarenlang bemest is geweest).
“Wij stellen deze conclusie in vraag ook naar aanleiding rond jullie eerdere publicatie in 2022 over de maai-mei niet actie die een negatief effect heeft op hooikoortspatiënten.
Graag hadden wij wetenschappelijke informatie verkregen waarom bv. maai mei niet een negatieve impact heeft op hooikoortspatiënten. Of dat er wetenschappelijk info kan gegeven worden in dergelijke zitting over de corelatie”.
- Er zijn voor zover wij weten nog geen wetenschappelijke studies verschenen die allergielast in relatie tot maai mei niet evalueert. Wel is het zo dat graslanden die voor het eerst, of nog maar enkele jaren, in maai mei niet worden ingeschakeld /meer/ stuifmeel zullen produceren omdat niet enkel de kruidvegetatie maar ook de grassen in bloei zullen komen. Meer stuifmeel betekent meer allergische klachten bij gevoelige, blootgestelde personen.
- Maai mei niet kan enkel leiden tot minder allergene graslanden na jarenlang omvormingsbeheer van graslanden in dominante fase naar bloemrijke graslanden en dan nog enkel indien voor de maai mei niet fase eerst een stikstofsanering wordt uitgevoerd (langdurig vroeg maaien met afvoer). Door de stikstofdepositie is het zeer onwaarschijnlijk dat graslanden in onze natuurgebieden of bermen ooit zullen evolueren tot heischrale graslanden (de minst allergene en biologisch meest waardevolle fase).
“Alsook het effect op het bermendecreet waarbij er pas gemaaid kan worden vanaf 15 juni wat volgens ons meer kans tot bloei heeft en dus meer effect op hooikoortspatiënten ?”
- Dat klopt. Voor graslanden in dominante fase is het aangewezen om vroeger te maaien, niet enkel om stuifmeelproductie en emissie te voorkomen, maar vooral om stikstof uit de bodem weg te saneren. Dat kan enkel /voor/ grassen in bloei komen omdat vanaf de bloei veel nutriënten al teruggetrokken worden naar de ondergrondse delen van de plant.
- Door de opwarming van het klimaat zijn de bloeidata van vele soorten vervroegd. Ook dat kan een aanleiding zijn om de datum van het berm/besluit/ (niet decreet) te herzien.
“De graslandstudie vond plaats in het Hageland, waar tijdens het pollenhoogseizoen van mei 2023 op 50 locaties stalen werden genomen. Telkens werd een bemest landbouwperceel vergeleken met een nabijgelegen onbemest perceel in natuur beheer, op een gemiddelde afstand van slechts 31 meter.”
- Er zijn geen landbouwpercelen bestudeerd. Beide percelen in elk koppel graslanden zijn in natuurbeheer, waarbij telkens 1 grasland per paar recent uit landbouw werd genomen en het andere nooit bemest is geweest. De afstand tussen de graslanden in elk paar is zo klein mogelijk om andere omgevingsfactoren, zoals stikstofdepositie uit de lucht, gelijk te houden om confounding te voorkomen.
“Het klinisch gedeelte van het onderzoek werd uitgevoerd tussen 17 januari en 2 april 2024 – dus buiten het eigenlijke pollenseizoen – bij 20 geselecteerde hooikoortspatiënten.”
- Het klinische gedeelte gebeurde in vitro, in verse bloedstalen van pollenallergie patiënten, buiten het graspollenseizoen. Dat is met opzet, om te voorkomen dat er al reactiviteit aanwezig zou zijn in de bloedstalen door contact van de patiënten met grassenstuifmeel uit de omgeving. Op die manier zijn we er zeker van dat onze gemeten klinische eindpunten het effect zijn van onze experimentele behandeling.
“Volgens de onderzoekers produceren graslanden die bemest zijn met stikstof tot zes keer meer stuifmeel, en zou dat stuifmeel bovendien ook schadelijker zijn voor hooikoorts patiënten.”
- Dat klopt. Onze metingen van stuifmeelproductie tonen dit objectief aan en onze experimenten met bloedstalen tonen verhoogde allergische reactiviteit aan bij blootstelling aan stuifmeel uit stikstofrijke graslanden in vergelijking met stuifmeel uit gepaarde onbemeste controlegraslanden.
“Op het eerste zicht klinken die conclusies verontrustend, maar ze houden weinig rekening met de landbouwpraktijk.”
- Dat klopt. Onze studie onderzoekt geen landbouwpraktijk en doet ook geen uitspraken over landbouw. Het NITROPOL-BE project heeft tot doel de impact van stikstof in de omgeving te onderzoeken. Voor dit luik hebben we graslanden gebruikt om de impact op allergeniciteit van graspollen objectief te kunnen meten. In Vlaanderen is het onmogelijk om stikstofarme en stikstofrijke graslanden vlak naast elkaar te vinden omdat er zowieso veel stikstof uit de lucht valt. Daarom hebben we het gepaarde graslanddesign gebruikt waarbij we stikstofrijke controlegraslanden paren met nog stikstofrijkere graslanden die jarenlang bemest zijn in een landbouwcontext maar recent uit landbouw zijn gehaald.
“Grasland op landbouwpercelen komt in de regel niet tot bloei. Boeren maaien hun gras vóór de bloei, net om de voederwaarde en het eiwitgehalte te behouden.”
- Dat klopt. De studie waarvan sprake heeft geen landbouwsystemen onderzocht.
“Enkel hooilanden – vaak in natuurbeheer – mogen tot bloei komen en verspreiden pollen.”
- Hooilanden in natuurbeheer, bermen, en braakliggende percelen zijn de voornaamste bron van stuifmeel van gras.
“De meeste landbouwpercelen worden tot wel zeven keer per jaar gemaaid. Bemesting verhoogt de opbrengsten en het eiwitgehalte van gras, wat essentieel is voor onze rundveehouderij. Anders dient nog meer soja ingevoerd te worden.”
- Dat klopt. Deze studie bestudeert geen landbouwsystemen en heeft ook niet tot doel om uitspraken te doen over landbouwgraslanden. Het doel van deze studie is aantonen dat stikstofvervuiling niet enkel een impact heeft op biodiversiteit maar ook op menselijke gezondheid door de impact op de allergeniciteit van stuifmeel. We vinden gelijkaardige effecten op het stuifmeel van berk, verzameld binnen België en op stikstofrijke en stikstofarme standplaatsen in Europa.
Laat het ons weten als u nog vragen hebt.
Mvg,
communicatieverantwoordelijke – chargée de communication
Communicatie dienst – service Communication
M : +32 2 642 56 75
Rue Juliette Wytsmanstraat 14 • 1050 Brussels